Wedstrijdregels judo

Wat is Judo?

Judo is een sport die afkomstig is uit Japan. De grondlegger van de judosport is de Japanner Jigoro Kano (1860-1932). Judo was voor deze pedagoog niet zomaar een sport. Hij beschouwde het als een opvoedkundige methode. Door judo leer je positief omgaan met agressie. Judo is bovendien beschaafd. Zonder je tegenstander te blesseren probeer je hem te overmeesteren. Judo is een sport waarbij je de krachten van de ander benut en hem of haar te “vloeren”. Dat is ook de betekenis van “Ju”, wanneer de tegenstander trekt moet je niet terugtrekken maar juist duwen.

Judo kan door iedereen beoefend worden. Mensen die niet of moeilijk kunnen lopen, maar wel kunnen kruipen, kunnen ook heel goed de judosport beoefenen. In het staande judo zijn de regels nagenoeg gelijk aan het reguliere judo. In het grondwerk zijn er aangepaste regels voor mensen die niet kunnen lopen, zodat er ook punten in het grondwerk behaald kunnen worden. Met een worp wordt de tegenstander naar de grond gebracht of met behulp van een grondtechniek houdgreep, wordt hij onder controle gehouden.

De regels

Voor het publiek van een judowedstrijd is het vaak erg onduidelijk wat er eigenlijk allemaal gebeurt tijdens zo’n wedstrijd, daarom wordt hieronder even kort uitgelegd hoe een judowedstrijd in elkaar zit.

Het verloop van de wedstrijd:

Een judowedstrijd vindt altijd plaats tussen twee judoka’s waarvan de ene judoka een rode band heeft omgeknoopt en de andere een witte band. Of een blauw of wit pak heeft aangetrokken, zodat de scheidsrechter en het publiek tussen de twee judokas onderscheid kan maken.

De scheidsrechter:

Als een judoka een punt scoort of er iets anders belangrijks in de wedstrijd gebeurt, roept de scheidsrechter dat altijd over de mat. Deze uitroepen gaan altijd vergezeld van armgebaren zodat het voor iedereen duidelijk is wat de scheidsrechter bedoelt.

Hajimé (Begin)

Als de twee judoka’s op de mat staan begint de wedstrijd als de scheidsrechter daartoe het signaal (Hajimé) heeft gegeven. De beide judokas proberen dan door middel van een worp of een controletechniek op de grond punten te scoren.

De verschillende punten die gescoord kunnen worden zijn:

Ippon

Een ippon wordt gescoord als een judoka zijn tegenstander met een groot gedeelte van zijn rug met kracht en snelheid op de mat werpt. Ook is er sprake van een ippon als een judoka in een en dezelfde wedstrijd zijn tweede wazari scoort, zijn tegenstander 20 sec. lang in een houdgreep op de grond controleert of de tegenstander door af te kloppen de wedstrijd opgeeft.

Wazari

Er is sprake van een wazari als iemand wordt geworpen maar 1 van de criteria die voor een ippon vereist zijn ontbreekt. Ook wordt er wazari gescoord als de tegenstander tussen de 15-19 seconden in een houdgreep heeft gelegen.

Matté (stop)

Soms acht de scheidsrechter het nodig om de wedstrijd even te onderbreken, doordat er bijvoorbeeld lange tijd niks gebeurd of doordat de judoka’s de wedstrijd buiten de wedstrijdmat willen voortzetten. Ook zal de scheidsrechter de wedstrijd onderbreken als, naar zijn inzicht, er iets gebeurd wat verboden is of de veiligheid van één van de judoka’s in het geding is. De scheidsrechter roept dan ‘Matté’ en de klok wordt even stil gezet, de judoka’s gaan weer terug naar hun plek en als de scheidsrechter weer ‘Hajime’ roept gaat de partij weer verder. Als de wedstrijd helemaal is afgelopen roept de scheidsrechter ‘Soremade’ de judoka’s gaan dan naar hun plaats en de scheidsrechter wijst de winnaar aan.

Het scorebord:

De winnaar van een judowedstrijd is diegene die als eerste een ippon heeft gescoord of, als dat binnen de gestelde wedstrijdtijd nog niet is gebeurd, diegene die aan het einde van de wedstrijd de meeste punten heeft. Die punten zijn tijdens de wedstrijd af te lezen van het scorebord, dat er meestal ongeveer zo uitziet, een blauw en wit vlak en boven de afkortingen voor de scores, het aantal dat een judoka gescoord heeft.

Nu is het in judo zo dat een hogere waardering altijd meer waard is als een willekeurig aantal lagere waarderingen. Omdat de hogere waarderingen steeds links van de lagere waarderingen staan kun je gewoon de getallen aflezen die boven de blauwe en witte kleur staan. De judoka met het blauwe judo pak aan heeft in bovenstaand voorbeeld 10 en wit heeft 4.

Dus Blauw staat met deze score op winst.

Een wazari is 7 punten, twee keer wazari is Ippon (10 punten)